GASTBLOG STIJN VAN DE WALLE

Een toekomst van knooppunten

of hoe OV en innovatieve mobiliteit een boost geven aan de economie

In het afgelopen decennium heeft de Zuidelijke Randstad veel aandacht gehad voor bouwen in de nabijheid van stations. We hebben voldoende woningen gebouwd om de afgesproken doelen van Stedenbaan te halen. En de verwachte woningbouw in de komende jaren zal hoogstwaarschijnlijk zoveel reizigers in het Openbaar Vervoer opleveren dat we in 2023 de frequentiesprong van vier naar zes sprinters per uur op de Oude Lijn gaan halen. Dit mag met recht een groot succes worden genoemd. De unieke en succesvolle samenwerking in Stedenbaan heeft ervoor gezorgd dat het combineren van ruimtelijke- en mobiliteitsdoelen inmiddels op veel plaatsen navolging vindt en wordt gezien als uitgangspunt voor toekomstig beleid.

Maar hoe ziet deze combinatie er in de toekomst uit? Met de metropool als motor van de toekomstige innovatieve en kennisrijke economie zal de druk op de steden verder toenemen. De steden worden nog zwaardere maatschappelijke knooppunten. Daar moet ruimte zijn voor een menging van cultuur, ontmoetingsplaatsen, creatie en verblijf. Om deze nieuwe economische hotspots bereikbaar te houden moeten we opschakelen naar stedelijke modaliteiten. Openbaar Vervoer, fiets en hippe Compact Personal Transport devices (CPT’s zoals segways, solowheels, hoover boards etc.) zullen daar een cruciale rol in spelen, simpelweg vanwege hun effectiviteit en doelmatigheid in de stad.

‘We geven voorrang aan mensen die in het gebied verblijven en die zich te voet, op de fiets of met CPT’s verplaatsen. Er is altijd een station, metro- of tramhalte in de buurt.’

Willen we deze modaliteiten de ruimte te geven, dan moeten we in de toekomst uitgaan van een drieledige strategie: 1. het ontwikkelen, 2. het ontsluiten en 3. het verbinden van knooppunten. Bij knooppuntonwikkeling gaan we uit van een gemengd stedelijk milieu in relatief hoge bebouwingsdichtheid waarbij het openbaar gebied op de menselijke maat is vormgegeven. We geven voorrang aan mensen die in het gebied verblijven en die zich te voet, op de fiets of met CPT’s verplaatsen. Er is altijd een station, metro- of tramhalte in de buurt. Extra aandacht moet worden geschonken aan het doorontwikkelen van natransportsystemen.

Elke goed functionerende stad heeft idealiter een goede relatie met omliggende wijken en het ommeland. Stedelijke knooppunten worden daarom in de toekomst ontsloten met geconcentreerde hoogwaardige Openbaar Vervoersassen en innovatieve vraagafhankelijke mobiliteitsdiensten. Ook hier is veel aandacht voor ketenmobiliteit noodzakelijk.

De derde strategie moet zorgen dat de stedelijke knooppunten een nauwe relatie hebben met andere nabijgelegen stedelijke knooppunten om de agglomeratiekracht van de hele Randstad te benutten. Dit bereiken we door het hart van de binnensteden snel met elkaar te verbinden. Een versnelling van het Intercitynet is daarbij onvermijdelijk.

Deze drieledige strategie zou de basis moeten zijn voor de ontwikkeling van nieuwe woonmilieus in de stedelijke centra en langs de ontsluitende vervoersassen. Daarmee bieden we de bewoners van deze nieuwe woningen de snelste verbinding met zoveel mogelijk banen en ‘interactiemilieus’. Dat vergroot hun ontplooiingskansen aanzienlijk en zo wordt onze economie concurrerend. Die kans kunnen we toch niet laten liggen? Daarom moeten we ons nú richten op concrete afspraken om goede woningbouwlocaties te ontwikkelen in de stedelijke centra en aan Openbaar Vervoersassen en daarmee echt werk te maken van hoogwaardig wonen en een concurrerende economie.

Stijn van de Walle