Verstedelijking Deel 2

City performance tool – Den Haag

Interview Leo Freriks (Siemens) en Martijn Kosterman (gemeente Den Haag)

Martijn Kosterman

Den Haag heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. De City performance tool, ontwikkeld door Siemens, ondersteunt de stad bij het maken van strategische keuzes op het gebied van duurzaamheid. Martijn Kosterman, programmamanager Duurzaamheid Gemeente Den Haag en Leo Freriks, Government Affairs Manager bij Siemens, vertellen samen over de betekenis van de tool voor de gebiedsontwikkeling van Den Haag.

Auteur: NIcole groen | 10 min.

 

Ongeveer een jaar geleden heeft Siemens de gemeente Den Haag benaderd met de vraag of zij de city-performance-tool-aanpak willen volgen. Dat is een door Siemens ontwikkelde toolkit, die steden helpt na te denken over hoe technologie kan bijdragen aan het oplossen van een aantal voor steden relevante thema’s.

LF: “Het interessante daarvan is dat je kijkt naar commercieel vastgoed, residentieel en publiek vastgoed: waar is de snelste winst te behalen of wat is het meest strategisch? Als je kijkt naar Den Haag zit daar nogal wat commercieel vastgoed. Uitgedrukt in vierkante meters oppervlakte is dat in verhouding tot residentieel misschien heel weinig, maar verhoudingsgewijs kun je bij het commerciële vastgoed wel heel snel, grote stappen maken in termen van energiebesparing. Zo kun je kijken, wat geeft de ‘biggest bang for my buck’? Uiteraard kun je alle huizen isoleren, maar dat is geweldig kostbaar”.

NG: is het makkelijk om data uit de stad te krijgen?

MK: voor een deel zijn de gegevens makkelijk te vinden. Waar we echt de meeste moeite mee hebben gehad is de bouwkundige staat van de bestaande gebouwen in de stad. Daar weten wij wel veel van, maar bijvoorbeeld niet wat de luchtdoorlatendheid is van de woningen in de stad en hoeveel procent glas er in de gevels zit … Daarvoor hebben we gekeken naar de woningtypes die het meest voorkomen. Daarvan bleken we redelijk nauwkeurig te kunnen bepalen wat de kwaliteiten en kenmerken zijn. Hoewel er aannames gedaan zijn, blijft het resultaat goed uit te leggen. Voor de rekentool klopte het detailniveau wel”.

“We weten steeds meer, meer data komen beschikbaar om mee te sturen, maar een visie is nog steeds onontbeerlijk. Wat in de ene stad werkt, past niet 1 op 1 in de andere stad”

Leo Freriks

MK: “Corporaties zijn een belangrijke partner, aangezien ze een groot aantal woningen onder hun hoede hebben. Op bestuurlijk niveau vindt met corporaties dan ook overleg over verduurzaming van hun voorraad plaats. Bij individuele particuliere eigenaren is een andere aanpak nodig. In tegenstelling tot de corporaties heb je daar met heel veel eigenaren te maken en is het zoeken naar een manier om ze op een efficiënte manier te bereiken. Op welke manier kun je daar ook grote klappers maken?”

LF: “Dit als voorbeeld voor de bebouwde omgeving, maar we kijken ook naar mobiliteit. Waar moet je op inzetten? Een modal shift? Moet je misschien kijken naar het anders betalen van mobiliteit? In een liberale stad als Den Haag is dat altijd een gevoelig thema (lacht). Maar misschien moet je om mensen te verleiden om op een andere manier de stad in te reizen, het met de auto in de stad rijden toch anders gaan beprijzen. In Londen heeft men dat gedaan met ‘congestion charging’, met als gevolg 20% minder congestie en dito CO₂ impact. Ook als business case kan het interessant zijn: het geld dat met congestion charging in Londen wordt opgehaald, vloeit voor een deel weer terug in investeringen in openbaar vervoer”.

Koppelen economie en duurzaamheid

LF: “De data helpen bij het maken van scenario’s en het maken van beleidsmatige keuzen. Wat is de impact als je als gemeente inzet op grootschalig elektrisch vervoer? Of wat als je inzet op slimme gebouwsystemen? Of op nog meer fietspaden in de stad? Die impact wordt concreet doorgerekend, in termen van CO₂, fijnstofreductie, en wat dat scenario oplevert aan werkgelegenheid. Wij kijken niet naar de kosten van een tram of wat het kost om een zonnepaneel te bouwen, maar wij kijken wel naar de lokale werkgelegenheid. Zo koppelen wij economie en duurzaamheid aan elkaar. Dat is een interessant gegeven voor steden omdat werkgelegenheid een belangrijk onderdeel is van de economie van de stad. Wij zitten nu midden in de analysefase. Wij hebben de belangrijkste dataverzameling achter de rug. Als wij scenario’s gaan draaien dan kijken wij naar: wat levert dat specifiek voor Den Haag het meeste rendement op? Er zitten een 70-tal verschillende technologische interventies in die wij op basis van de data doorrekenen. Wij kijken daar vanuit verschillende invalshoeken naar. Wij kijken naar wat levert de meeste CO-besparing op? Maar ook, wat levert de meeste CO-besparing per geïnvesteerde euro op”?

NG: Wie moet hier overtuigd worden? Voor wie wordt dit rapport gemaakt?

MK: “Het is een hulpmiddel voor de stad om keuzes te maken. Siemens heeft een jaar of vier geleden dertig steden tegen het licht gehouden, om te kijken hoe ze er qua duurzaamheid voor stonden: de ‘Green City Index’. Daar is ook Den Haag aan toegevoegd en dat heeft ons goed geholpen. Je krijgt een beeld van hoe je er voor staat ten opzichte van de rest. Wij hebben uitgesproken de handschoen te willen oppakken. Wij jagen aan, stimuleren, motiveren, maar wij zijn alleen geloofwaardig als wij zelf het goede voorbeeld geven. Dat doen wij op onderdelen heel goed”.

NG: Vanuit welke visie is Siemens ooit begonnen met het thema rondom steden, waar is dat vandaan gekomen?

LF: “Wereldwijd heeft Siemens vier jaar geleden de Green City Index gedaan. Daar werden allerlei dingen gemeten en steden werden naast elkaar geplot. Daar komt dan een kwalitatief verhaal bij. Een stad kan dan zien waar ze op kunnen verbeteren. Maar er zat geen handelingsperspectief achter. Steden wilden weten wat de vervolgstappen zijn. Dus de logische doorontwikkeling is om steden een helpende hand te bieden en te laten zien: dit is wat technologie in jouw stad zou kunnen betekenen. Niet top down, zo van ‘het werkt daar goed, dus het zal hier ook wel werken’. Dat is natuurlijk ook onze ingenieursaard: ‘meten is weten’. Wij gaan kijken, waar verbruikt deze stad nou de meeste energie? Hoe wordt die energie opgewekt? Hoe wordt die verbruikt? En waar kunnen wij dan met technologische interventies helpen om de doelstelling (in dit geval klimaatneutraal in 2040) te gaan halen?”

Lobby richting het Rijk

MK: “Ik wil deze tool onder andere aangrijpen voor de lobby richting het Rijk. Vanuit de vier grote steden roepen wij het Rijk bij herhaling op om ons regelruimte te geven. Er zijn in het verleden allerlei regels bedacht op rijksniveau die ons nu ontzettend in de weg zitten. Een bouwaanvraag met aardgasaansluitingen zouden wij bijvoorbeeld graag willen weigeren, maar dat mag niet waardoor nu nog steeds nieuwbouwprojecten op aardgas aangesloten worden.”.

NG: Merken inwoners van Den Haag er al iets van dat Den Haag een duurzame stad aan het worden is?

MK: “Ja, ze gaan er zelfs aan mee doen! Kijk bijvoorbeeld naar de parkeerdruk, wij zien die de afgelopen jaren in sommige wijken stabiliseren en zelfs licht afnemen. Ook omdat er minder behoefte is aan een tweede auto. De nieuwe generatie wil geen auto meer bezitten, maar er wel over kunnen beschikken. Vergelijk het met muziek. Diezelfde generatie heeft geen CD’s meer maar een abonnement op online muziek. De deeleconomie gaat een hoge vlucht nemen”.

LF: “Zolang die mensen in de stad wonen is dat absoluut waar. Maar als ze in de buitenwijken wonen, dan is de eerstvolgende lightrail tien minuten fietsen. Dat hebben ze in andere landen anders gedaan, daar hebben ze het spoor doorgetrokken en dan zie je rond die knooppunten de ontwikkeling ontstaan. In Nederland bouwen we eerst een wijk en achteraf denken wij na over hoe die wijk gaan ontsluiten. En dan zit iedereen al aan de tweede auto”.

NG: Maar ik hoor jullie ook zeggen dat hier een hele duidelijke keuze moet worden gemaakt door de overheid, die moet zeggen ‘en zo gaan we het doen’.

LF: “De overheid is de partij die staat voor de kwaliteit van het stedelijk gebied, ook de luchtkwaliteit en de bereikbaarheid en toegankelijkheid. Daar moet je op gegeven moment paal en perk aan stellen, nou is het klaar!” MK: “In het algemeen belang moeten we nu voor de stad de kaders stellen en ruimte scheppen om te innoveren. Daar komt het op neer, daar ben je als overheid voor”.